Beeldenstorm in Kloostertuin
In het centrum van Veghel ligt een fantastisch
mooie en oude kloostertuin die tot nu toe niet toegankelijk was
voor het publiek. In het kader van het 150-jarig bestaan van
de congregatie der Zrs. Franciscanessen heeft het Veghels Kunstenaars
Collectief het initiatief aangekaart om deze kloostertuin voor
een periode van drie maanden als beeldentuin open te stellen
voor publiek. De zusters hebben hun medewerking toegezegd om
op deze wijze de bevolking deel te laten nemen aan het feest
van het 150-jarig bestaan van hun klooster-orde. Als titel voor
de beeldententoonstelling werd gekozen: "Beeldenstorm
in Kloostertuin" met als subtitel: "Gelooft
de (Brabantse) kunst(enaar) nog wel ergens in ?".
Deze titel kan op vele manieren gelezen worden,
welke tezamen de strekking van de tentoonstelling moeten benadrukken.
De Lutteltuin werd voor deze tentoonstelling geselekteerd vanwege
haar grootschalige bamboe projecten. Veelal interactieve installaties
die ter plekke wcongregatien gemaakt en die een eenmalig en tijdelijk
karakter hebben.
Bij ons eerste lokatiebezoek aan de kloostertuin
vonden we een aantal plekken interessant om als uitgangspunt
te nemen voor een Lutteltuin-project.Maar behalve de fysieke
tuin met wijdse gazons, waterpartijen, intieme bospaadjes en
grote lanen omzoomd met oude bomen, vonden wij vooral inspiratie
in de niet aardse, niet alledaagse werkelijkheid van de kloostertuin.
Een wereld apart waar andere wetten en normen gelden dan in ons
burgerlijke bestaan.
Het meest frappant komt dat tot uiting op het kerkhof,
waar de overledenen nog dagelijks deel uitmaken van het doen
en laten bovengronds. Vooral in het religieuze leven omdat het
leven voor de kloosterlingen zeker niet ophoudt bij de dood.
Dan pas vangt voor de zusters de periode aan waarnaar zij hun
hele leven op aarde hebben uitgezien: de vereniging met God,
wiens ring zij hebben gedragen.
Voor leken is zo'n groot vertrouwen op het paradijs
moeilijk te vatten, voor ongelovigen volkomen onbegrijpelijk.
Voor kunstenaars kan het een bron van inspiratie zijn...
Het kerkhof is in vieren gedeeld, symmetrisch doorsneden
door een geplaveid pad over zowel de lengte- als over de breedte-as.
In het midden bevindt zich, als middenstip, een soort rotonde
waarop de kruisende wegen samenkomen en waar ruimte is gecreëerd
voor ontmoeting.
Aan één van de korte zijden van het
kerkhof bevinden zich graven van overleden zusters. Aan de andere
zijde is nog volop ruimte. Maar voor wat? Nog meer doden? Nog
meer leven in het hiernamaals?
Aan de overzijde van de graven zou het bestaan
gestalte kunnen krijgen. Alsof het hele veld een weegschaal voorstelt
met aan een kant het leven en aan de andere kant de dood. Maar
niet eng, niet als negatief contrast. Meer als een vorm van communicerende
vaten, een ballans die wordt opgemaakt tussen zusters die nog
geloven en zusters die al weten.
Voor ons getuigt deze opstelling van- en visie
op het kerkhof van een heldere opvatting over het leven en de
dood. Hier wordt een standpunt ingenomen dat respect afdwingt.
Het maakt iets in je los wat je alleen in zo'n kloostertuin kan
overkomen.
Daarover moet ook het kunstwerk gaan dat we voor
deze tentoonstelling willen maken.
TRANCEDENTE METAMORFOSE
We stellen voor om iets te maken samen met de zusters.
Als het enigszins mogelijk is werken wij altijd samen met de
bewoners of gebruikers van de lokatie waar we een installatie
maken. Op die manier kan zo'n beeld pas echt functioneren en
communicatie bewerkstelligen.
We denken daarbij aan een tegenpool op het kerkhof,
aan de overzijde van de graven. Daar zouden 150 manshoge objecten
geplaatst kunnen worden. 150 Vanwege het jubileum, of vanwege
het aantal bewoners van het klooster.
Het zouden vaandels of banieren kunnen zijn, gewaden,
habijten of pijen. Maar ook meer abstracte zinnebeelden die verwijzen
naar het religieuze leven.
Als in een tweekamp staat deze groep 'levenden'
recht tegenover de 'doden' die reeds begraven zijn. Zij weten
dat hun lichaam ook eens dáár onder de zoden zal
komen te liggen.
Ze beseffen tegelijkertijd dat het ware leven pas
dàn -in zijn volle glorie- een aanvang kan nemen. Een
rotsvast geloof, een stellingname die wij graag zouden verbeelden
in een tijdelijke installatie.
De 150 objecten die we willen plaatsen, zouden
we het liefst samen met de zusters vervaardigen. Het mooist zouden
we het vinden als elke zuster haar eigen vaandel zou maken of
beschilderen of signeren met haar naam. Zodat elk object de personificatie
vormt van één van de zusters. We stellen voor dat
zij -voor zover het mogelijk is- gezamenlijk hun vaandels naar
de installatie dragen om ze daar te plaatsen. Recht tegenover
de graven, omdat zij de dood recht in de ogen kunnen kijken.
Zo kunnen zij op eigentijdse wijze getuigen van
hun geloof en dat tijdens deze kunstmanifestatie voor de bezoekers
van de tentoonstelling zichtbaar maken.
Voordat we tot een definitief projectvoorstel kunnen
komen, willen we eerst met de Zrs. Franciscanessen gaan praten
over deze ideeën. Wij willen hen inspraak geven in de definitieve
uitwerking van dit concept.
Met dit voorstel willen we een bijdrage leveren
aan de manifestatie "Beeldenstorm in Kloostertuin"
en we hopen dat de zusters bereid zijn mee te denken en werken
aan de realisatie van het project.
Uden, januari 1994